Voor spoed 24/7 0161 496016

Wormenonderzoek bij paarden

Wormenonderzoek

Wij doen het mestonderzoek m.b.v. de McMaster methode (flotatietechniek). Hierbij wordt gekeken naar de meest voorkomende maagdarm-parasieten:

  • bloedworm (Strongyliden, voornamelijk Cyathostominae)
  • spoelworm (Parascaris Equorum)
  • veulenworm (Strongyloides Westeri)
  • lintworm (Anaplocephala Perfoliata) 1
  • Aanvullend onderzoek: aarsmaden / aarsworm (Oxyuris) 2
  • Aanvullend onderzoek: longworm (Dictyocaulus Arnfieldi) 2

1) omdat de lintworm onregelmatig eitjes legt – en deze in pakketjes ‘segmenten’ uitscheidt – zijn deze eitjes ook vaak niet te vinden.

2) eitjes van de longworm en de aarsworm zijn meestal niet te vinden in de mest, omdat deze wormensoorten zich niet in de darmen bevinden.

Het onderzoek

Bij een mestonderzoek wordt de mest van een paard onderzocht op de aanwezigheid van wormeieren. Als er volwassen wormen in een paard zitten scheiden deze vaak eitjes uit in de mest. Deze worden onder de microscoop met behulp van een speciaal telraampje gezocht en geteld. Bij de uitslag wordt aangegeven hoeveel Eieren Per Gram (EPG) er in het monster zijn gevonden en ook welk soort wormen zijn aangetroffen. Er is internationaal afgesproken dat < 50 eieren per gram gezien wordt als geen besmetting. De uitzondering zijn de lintworm en leverbot. Deze scheiden zeer onregelmatig eitjes uit in verhouding tot bijvoorbeeld de bloedworm en de spoelworm. Daarom is het advies om bij 1 gevonden lintworm- of leverbot-wormei al te ontwormen. En bij veulens wordt geadviseerd om te ontwormen bij 1 gevonden spoelwormei. Omdat lintwormeieren zelden gevonden worden (ze worden uitgescheiden in ‘pakketjes’ tegelijk), wordt geadviseerd om 1 keer per jaar, in het najaar, sowieso te ontwormen met een wormkuur die pyrantel of praziquantel bevat.

Negatieve uitslag

Als er geen eieren gevonden zijn in de mest betekent dit niet dat het paard geen wormen heeft. Het kan zijn dat de wormen weinig of geen eieren leggen of dat er voornamelijk mannelijke wormen zijn. Alleen volwassen wormen leggen eitjes. Larven (onvolwassen wormen) kunnen echter ook veel schade aanbrengen aan een paard. Volwassen wormen kunnen ook een legpauze nemen (vrouwtjes wormen leggen bij kou minder eieren), waardoor het kan gebeuren dat een paard vol wormen zit, maar er geen eitje gevonden wordt. Elk paard heeft wormen, maar ze hebben er niet allemaal evenveel last van. Helaas kan je aan de buitenkant van het paard niet zien of hij wormen heeft; soms zien paarden er super uit: goed van kleur en fit – maar toch hebben ze wormen! In de zomer is mestonderzoek minder betrouwbaar als het lang heeft gelegen. Uit onderzoek is gebleken dat bij 4 graden (koelkast temperatuur) de eieren na 120 uur nog gevonden worden, maar bij kamertemperatuur (18 – 24 graden) is de mest na 24 uur al niet meer betrouwbaar. Dit wil zeggen dat de eieren niet meer (allemaal) te vinden zijn – waardoor je een valse negatieve uitslag krijgt. Zorg er dus voor dat je altijd verse mest inlevert!

Behandeling: Ontwormen

In de praktijk is gebleken dat ongeveer 80% van de paarden niet hoeft te worden ontwormd. Preventief ontwormen is niet zinvol. Ontwormen wordt gedaan om klachten te verhelpen of om grote ei-uitscheiders te verminderen, zodat de infectiedruk omlaag gaat. Aan de uitslag van het mestonderzoek is een advies gekoppeld. Dit is altijd specifiek voor uw paard. Vaak is geen 1 situatie precies het zelfde. Voor het advies zijn enkele zaken van belang:

  • welke wormen zitten er in de mest
  • tijdstip van het jaar
  • voorgaande behandelingen
  • mogelijkheid voor weidemanagement
  • Eventuele andere paarden

Resistentie: Vervolg onderzoek

Mestonderzoek is ook nodig om resistentie tegen ontwormmiddelen op stallen op te sporen. Hierbij wordt er 2 weken na de behandeling tegen wormen nogmaals mestonderzoek gedaan. Hierbij mogen geen eieren te vinden zijn. Worden deze wel gevonden dan is dit heel belangrijk om te weten en mogen de gebruikte middelen niet meer ingezet worden, maar juist wormmiddelen met een andere werkzame stof.

Preventie: Zorg voor een goed weidemanagement

Om de levenscyclus van de worm te doorbreken is naast gericht ontwormen en een goed weidebeleid belangrijk. Hierbij zijn enkele zaken belangrijk:

  • Verwijder minstens twee keer per week de mest uit de weide.
  • Laat de paarden slechts twee à drie weken op hetzelfde stuk grazen. Daarna moeten ze omgeweid worden naar een “schoon” stuk weide
  • Laat een andere diersoort, zoals bijvoorbeeld schapen, op het ‘oude’ stuk grazen, of laat de wei maaien. Zo verwijder je het grootste gedeelte van de besmetting. Het gewonnen hooi of kuil is niet gevaarlijk. Eitjes en wormpjes overleven het maai, droog en conserveringsproces niet.
  • Als dieren ontwormd moeten worden, doe dit bij voorkeur voordat ze naar een nieuwe wei gaan.
https://www.youtube.com/watch?v=wcb14s2j8E4

 

Deel dit bericht op social media: