More share buttons

Epigenetica: hoe een hoge fokwaarde tot uiting komt

Op vrijdagochtend voorafgaand aan de dochtergroepenpresentatie trok de Kernpraktijken Rundveehouderij ruim honderd veehouders naar een bijeenkomst over epigenetica. ‘Epigenetica gaat over de uiting van genetische aanleg’, vertelt spreker Joost Segeren, dierenarts bij de Universitaire Landbouwhuisdierenpraktijk (ULP) in Utrecht. ‘Fokwaarden zeggen veel over die genetische aanleg, maar komen pas tot uiting als alle omstandigheden goed zijn.’

 

Zo is een stressvrije omgeving belangrijk voor een drachtige koe, om de aanmaak van het hormoon cortisol te voorkomen. ‘Cortisol heeft een direct negatief effect op de ontwikkeling van het embryo en een indirect effect op de ontwikkeling van het kalf tot koe’, zegt Segeren. ‘Bij een volwassen koe kan dit tot vijf kilo melkproductie per dag schelen.’

Droogstandsmanagement en biest- en melkvoorziening bepalen in hoge mate de ontwikkeling van het embryo en het kalf in de eerste weken na de geboorte. ‘De gangbare praktijk van twee keer per dag 2,5 liter melk met 12,5 procent droge stof maakt onze kalveren structureel ondervoed’, stelde Segeren, waarna de zaal even stil valt. ‘Die melkgift mag naar minimaal 15 procent droge stof, en liefst drie keer per dag 2,5 liter melk. Alleen dan krijgt het kalf voldoende voedingsstoffen die ze kan omzetten in groei.’ Juist in de eerste twee maanden wordt de aanleg van uierweefsel bepaald. ‘De fokwaarde uier kan nog zo hoog zijn – dat helpt zeker mee – maar als het kalf niet goed gevoerd wordt, is de ontwikkeling van de uier niet voldoende.’

Bron: Veeteelt Juli 1/2 2017

Deel dit bericht op social media: