More share buttons

Een sleutel tot succes voor de uiergezondheid rondom de droogstand

Op redelijk veel melkveebedrijven verloopt de droogstand op het gebied van uiergezondheid nog niet succesvol. Er zijn nog te veel bedrijven die boven de 10% nieuwe infecties rondom de droogstand zitten. Dit is terug te zien aan het individueel koecelgetal aan het begin van de lactatie. De veehouders vragen zich af welke verschillen er zijn tussen de bedrijven die onder de 10% nieuwe infecties scoren en de bedrijven die boven de 10% nieuwe infecties scoren en wat de minder succesvolle bedrijven kunnen leren van de succesvolle bedrijven. Om voor de veehouders op deze vraag te kunnen beantwoord is onderzoek gedaan naar de succesfactoren van de droogstand in relatie tot uiergezondheid.

Werkwijze

Voor dit onderzoek is op 20 melkveebedrijven in Noord-Brabant het droogstandsmanagement samen met de veehouder doorlopen. Hierbij is gekeken naar de voorbereiding op het droogzetten, het droogzetten zelf, de droogstand, de huisvesting, de hygiëne en de droogstandsevaluatie. Naast de 20 bedrijfsbezoeken zijn er naar verschillende bedrijven ook enquêtes opgestuurd voor het verwerven van resultaten. De 20 bezochte melkveebedrijven zijn in 4 groepen in te delen. Op 10 bedrijven is een melkrobot aanwezig en op de andere 10 bedrijven is een melkput aanwezig. De helft van elke groep bedrijven scoort onder de 10% nieuwe infecties rondom de droogstand en de andere helft scoort boven de 10% nieuwe infecties rondom de droogstand.

Veel verschil tussen bedrijven               

Tijdens de bedrijfsbezoeken zijn er veel verschillen in het droogstandsmanagement tussen de verschillende bedrijven naar voren gekomen. Er waren vooral veel verschillen te zien in de werkwijze bij het droogzetten, de hygiëne van de huisvesting en de koeien en het verblijf in de afkalfstal en de droogstandslengte.

Resultaten                                                       

In onderstaande grafiek 1 is een verdeling van het percentage nieuwe infecties tijdens de droogstand op de verschillende onderzoeksbedrijven weergeven. In de grafiek is te zien dat het percentage nieuwe infecties op de succesvolle bedrijven significant lager is dan op de minder succesvolle bedrijven (R2=0,005). Op de succesvolle bedrijven wordt hygiënischer te werk gegaan bij droogzetten dan op de minder succesvolle bedrijven, maar dit verschil is niet significant (R2=0,806). Op de succesvolle bedrijven worden bij droogzetten handschoenen gedragen om de overdracht van bacteriën te verkleinen, er wordt één desinfectiedoekje per speen gebruikt voor ontsmetting, de spenen worden na droogzetten gesprayd of gedipt en de koeien worden op de meeste succesvolle bedrijven gedurende een halfuur na droogzetten vastgezet, zodat de slotgaten de kans krijgen om zich af te sluiten, de droogzetinjector zich kan stabiliseren en het spray- of dipmiddel kan inwerken.

Ook de ligboxen van de droge koeien en de afkalfstal zijn op de succesvolle bedrijven schoner dan op de minder succesvolle bedrijven, maar dit is niet significant. Om de hygiëne van de ligboxen extra te kunnen beoordelen is ook de hygiëne van het uier en de poten van de droge koeien beoordeeld. In onderstaande grafiek 2 is te zien dat de hygiënescore op de succesvolle bedrijven lager is dan op de minder succesvolle bedrijven. Dit betekent dat de droge koeien op de succesvolle bedrijven schoner zijn, maar er is geen significantie te zien in het verschil in hygiënescore tussen de succesvolle en minder succesvolle bedrijven.

In onderstaande grafiek 3 is te zien dat de boxen op de succesvolle bedrijven inderdaad schoner zijn dan op de minder succesvolle bedrijven en dat dit door middel van de hygiënescore van de droge koeien extra valt te controleren. Ook is de hygiëne van de afkalfstal op de succesvolle bedrijven beter dan op minder succesvolle bedrijven, zoals hieronder te zien is, maar ook hier valt geen significantie in aan te tonen. Daarnaast verblijven de koeien en vaarzen op de succesvolle bedrijven minder lang in de afkalfstal dan op de minder succesvolle bedrijven. Op de minder succesvolle bedrijven verblijven de koeien langer in een onhygiënische afkalfstal, wat de kans op het ontstaan van nieuw infecties verhoogd.

De koeien en vaarzen verblijven op de minder succesvolle robotbedrijven 1,5 dag langer in de afkalfstal dan op de succesvolle robotbedrijven. Op de minder succesvolle bedrijven met melkput verblijven de koeien 2 dagen langer in de afkalfstal dan op de succesvolle bedrijven met melkput.

Tussen de succesvolle en minder succesvolle bedrijven is ook een verschil te zien in de plek waar koeien en vaarzen worden drooggezet en de droogstandslengte. Op de succesvolle robotbedrijven worden de koeien in de melkrobot drooggezet. Op de minder succesvolle robotbedrijven worden de koeien ook tijdens het bekappen drooggezet, wat de kans op het ontstaan van nieuwe infecties verhoogd door een hogere infectiedruk. Op de succesvolle en minder succesvolle bedrijven met melkput worden de koeien in de melkput drooggezet.

In de droogstandslengte is vooral in de droogstandslengte van de vaarzen veel verschil te zien tussen bedrijven. De gewenste droogstandslengte bedraagt minimaal 40 dagen. Op de minder succesvolle robotbedrijven staan de vaarzen maar 38 dagen droog en staan ze 6 dagen korter droog dan op de succesvolle robotbedrijven. Op de minder succesvolle bedrijven met melkput staan de vaarzen 2 dagen korter droog dan op de succesvolle bedrijven met melkput. Op de succesvolle bedrijven staan de koeien en vaarzen significant langer droog dan op de minder succesvolle bedrijven (R2=0,009).

Conclusie

Op de bedrijven die onder de 10% nieuwe infecties tijdens de droogstand zitten wordt hygiënischer te werk gegaan dan op de bedrijven die boven de 10% nieuwe infecties zitten. De boxen worden beter schoongemaakt en de afkalfstal wordt vaker ingestrooid, waardoor de infectiedruk uit de omgeving wordt verlaagd. Ook tijdens het droogzetten wordt op de succesvolle bedrijven veel hygiënischer te werk gegaan en de dieren worden op een hygiënischer plek drooggezet op de succesvolle robotbedrijven. Ook is de droogstandslengte voor vooral vaarzen langer op de succesvolle bedrijven, waardoor ze zich beter kunnen herstellen van de vorige lactatie en zich kunnen voorbereiden op de nieuwe lactatie. De koeien staan op de succesvolle bedrijven ook iets langer droog. Van de succesvolle bedrijven kunnen we dus leren dat hygiënisch werken erg belangrijk is bij droge koeien. Door hygiënisch te werken wordt de infectiedruk verlaagd en neemt de kans op het ontstaan van nieuwe infecties af. Naast hygiënisch werken is het belangrijk dat koeien en vaarzen voldoende lang droogstaan, zodat ze zich kunnen herstellen van de vorige lactatie en zich kunnen voorbereiden op een nieuwe lactatie in alle rust, ruimte en reinheid.

18-5-2018

Marieke Claasen   Studente veehouderij aan HAS Hogeschool Stagiaire bij dierenkliniek ’t Leijdal in Chaam

Grafiek 1: percentage nieuwe infecties na de droogstand

Grafiek 2: Score uier en beenwerk

Grafiek 3: Hygiëne ligboxen

Grafiek 4: omgang met afkalfstal

Grafiek 5: Aantal dagen in afkalfstal

Grafiek 6: Droogstandslengte robot

Grafiek 7: Droogstandslengte melkstal

Deel dit bericht op social media: