More share buttons

Nieuwe inzichten in bij schijndracht van geiten

Nieuwe inzichten in bij schijndracht van geiten

Schijndracht is een aandoening die regelmatig voorkomt op Nederlandse melkgeitenbedrijven. Dit is een aandoening waarbij er steriel vocht ophoopt in de baarmoeder en er daarbij een geel lichaam aanwezig is op de eierstokken. Recent is er onderzoek gedaan naar schijndracht door de Faculteit Diergeneeskunde en de Gezondheidsdienst voor Dieren. De belangrijkste conclusies worden hier vermeld.

Vóórkomen
In een periode van één jaar (juni 2016 – juni 2017) bleek het aantal gevallen van schijndracht per jaar gemiddeld 17 procent per bedrijf te zijn, berekend over het totale aantal aanwezige geiten. Dit is hoger dan de negen procent die in eerder onderzoek uit Nederland is beschreven.

Risicofactoren
De ontstaanswijze van schijndracht is vooralsnog onbekend. Het onderzoek toonde aan dat het meer voorkomt op bedrijven met een hoger aandeel duurmelkers. Ook komt schijndracht bij melkgeiten het meest voor in het dekseizoen. Andere risicofactoren zijn: oudere melkgeiten, melkgeiten die vaker hebben geworpen en genetische factoren. Het is daarom raadzaam om geiten die schijndrachtig zijn geweest in het verleden, indien mogelijk, niet meer aan te dekken. Een onvolledige of onjuiste behandeling tegen schijndracht en vroeg embryonale sterfte worden ook in verband gebracht met schijndracht. Er is in dit onderzoek geen associatie gevonden met KI en de manier van huisvesting van de bok.

Behandeling vaak niet afgemaakt
Schijndracht kan succesvol behandeld worden met prostaglandinen (estrumate of dinolytic). De vloeistof uit de baarmoeder komt vrij na een eenmalige injectie prostaglandinen in een spier of onderhuids. De kans dat de het terugkomt na één behandeling is 45 procent. Daarom is het belangrijk om de behandeling (na 12 dagen) te herhalen om de kans te verlagen naar 3 procent.

Deel dit bericht op social media: