Oproep tot veterinair verantwoorde productie

 De noodzaak van een gezonde varkenshouderij

 

Veterinair verantwoorde productie is de sleutel voor een gezonde productie van varkensvlees in Nederland. Dat kan niet zonder een hoge gezondheidsstatus op individuele bedrijven. Een status die we niet alleen moeten bereiken, maar ook moeten bewaken. Als groep dierenartsen met expertise op het gebied van de varkensgezondheidszorg, vinden wij het daarom tijd voor actie. Tijd voor een landelijk plan van aanpak, waarbij ook wordt onderzocht hoe we kennis verder kunnen ontwikkelen en kunnen delen.

 

Er is zonder twijfel toekomst voor de varkenshouderij in Nederland. Maar dan moeten we wel anders gaan produceren dan we nu doen. De omstandigheden zijn de afgelopen jaren veranderd. De maatschappelijke aandacht voor de veehouderij is toegenomen. Dat is niet zonder reden.

 

Enkele recente uitbraken bij andere diersoorten laten zien dat dierziektes meer dan alleen een veterinair probleem zijn. Er is een duidelijke link met de volksgezondheid. Een ziekte-uitbraak met gevolgen voor de volksgezondheid is ook binnen de varkenshouderij een reële mogelijkheid. Ook de wijze waarop de veehouderij omgaat met antibiotica en de bijbehorende risico´s voor resistentieontwikkeling bij ziektekiemen brengen risico’s voor de volksgezondheid met zich mee.

 

Een moderne economische sector houdt rekening met dergelijke ontwikkelingen en neemt haar maatregelen. Wil de nationale en internationale vleesproductie een maatschappelijk draagvlak houden, dan moet ze voldoen aan bepaalde maatschappelijke voorwaarden. De varkenshouderij heeft daarom alleen toekomst wanneer wordt geproduceerd op een veterinair verantwoorde wijze, inclusief waarborgen voor de volksgezondheid. Dat betekent zorgen voor een minimale kans op:

 

  •  De overdracht van (potentiële) zoönosen van dier op mens
  • Selectie op resistente bacteriën en genen door het gebruik van antibiotica
  • Residuen van diergeneesmiddelen in dierlijke producten en het milieu

 

Veterinair verantwoord produceren van vlees is alleen mogelijk wanneer de veehouderij volop oog heeft voor haar omgeving. Dieren verdienen het om te leven in een omgeving met een zo klein mogelijk risico om ziek te worden. Een hoge gezondheidsstatus van de bedrijven en de dieren is daarbij een absolute voorwaarde. Die is alleen bereikbaar wanneer de sector zorgt voor zowel een minimale kans op binnendringen van ziektekiemen op het bedrijf (externe biosecurity) als op de verspreiding van ziektekiemen binnen het bedrijf (interne biosecurity). Dat vraagt niet alleen om een kritisch oog voor de hygiëne op bedrijven, maar ook voor bedrijfsvoering, contacten tussen dieren, huisvesting en voeding.

 

Zorgen voor eenheid

 

De aandacht voor een hoge gezondheidsstatus in de varkenshouderij is niet nieuw. In het verleden zijn er al veel pogingen geweest om de algehele gezondheidsstatus op bedrijven te verbeteren. Toch zijn er tot nu toe nog maar enkele bedrijven in geslaagd deze echt hoge gezondheidsstatus te bereiken. Er zijn tal van redenen te bedenken waarom de ontwikkeling van die hoge gezondheidsstatus tot nu toe nog niet echt van de grond is gekomen.

 

Belangrijkste reden is misschien wel dat er vaak meerdere adviseurs bij een varkenshouder aan tafel schuiven. De afgegeven adviezen, ook van dierenartsen, zijn niet zelden tegengesteld. Het is voor een varkenshouder dan lastig kiezen. Resultaat is dat er vaak niets gebeurt of dat varkenshouders voor de weg van de minste weerstand kiezen.

 

De sector heeft behoefte aan eenheid, met z’n allen dezelfde kant op. Wanneer een varkenshouder maatregelen neemt en zijn buurman niet, dan bereik je niets. Waar eenheid toe kan leiden, laat de positie van onze grootste internationale concurrent Denemarken zien. Daar is men er wel in geslaagd gezondheid boven aan de agenda te zetten. Maar Nederland is geen Denemarken. In Nederland hecht men veel waarde aan het vrije ondernemerschap. Bovendien betekent het realiseren van een hoge gezondheidsstatus vooral een aanpassing van het management en het persoonlijke gedrag van varkenshouders, hun medewerkers en hun adviseurs. En verandering van gedrag is een zaak van de lange adem.

 

Twee scenario’s

 

Er zijn twee wegen waarlangs individuele bedrijven volgens ons een hoge gezondheidsstatus kunnen bereiken.

 

Depop-repop

 

De snelste weg is de depop-repop-strategie. Dat betekent het vervangen van de huidige varkensstapel door een varkensstapel met een hoge gezondheid. Uiteraard wel nadat het aantal ziektekiemen op het bedrijf door reiniging, ontsmetting en leegstand is geminimaliseerd.

 

Veterinair gezien is depop-repop de beste strategie: snel en zeker. Op de langere termijn is het ook economisch de beste oplossing. De kans van slagen is sterk afhankelijk van het goed uitvoeren van externe (en interne) biosecurity-principes en de locatie van het bedrijf ten opzichte van andere bedrijven met varkens. De benodigde investering kan in drie jaar terugverdiend worden. Nadeel is de grote kapitaalbehoefte op korte termijn. Gedurende de leegstand zijn er geen inkomsten en de strategie vergt een investering in een nieuwe zeugenstapel.

 

De sector heeft veel argwaan tegen de depop-repop strategie. Volgens criticasters is deze strategie in het varkensdichte Nederland niet haalbaar. Ervaring leert dat het toepassen van depop-repop in Nederland, onder voorwaarden, toepasbaar en ook financieel haalbaar is.

 

Geleidelijke reductie van ziektekiemen op bedrijfsniveau

 

De meer geleidelijke weg van reductie van ziektekiemen op bedrijfsniveau verloopt via een gestructureerde aanpak. Een inventarisatie van de aanwezige ziektekiemen mondt uit in een plan van aanpak. Na een beheersing van het bestaande gezondheidsniveau volgt een fase waarin stap voor stap het aantal ziektekiemen wordt teruggedrongen. Aan het eind van het proces wacht dan een vrije status.

 

Deze strategie vraagt een uniforme aanpak met een duidelijke structuur en protocollen. Een meerwekensysteem kan een handige methode zijn in dit proces, omdat het een bedrijf dwingt om meer structuur in de bedrijfsinrichting en het management te brengen.

 

De materiële investeringen zijn niet hoog. De strategie vergt wel veel persoonlijke inzet. Dat begint met een wil tot veranderen en daarna een consequent volgehouden gedragsverandering. Dit proces kan niet goed verlopen zonder een duidelijke regisseur. Dat kan de dierenarts zijn, maar dat hoeft niet. De varkenshouder kan deze rol ook zelf vervullen, maar dan moet hij zich wel goed afvragen of hij hiervoor geschikt is. De dierenarts op het bedrijf moet in ieder geval bij het proces betrokken zijn. Belangrijk bij dit proces is dat alle betrokkenen dezelfde taal spreken en deelnemers elkaar coachen en motiveren

 

Oproep voor landelijke aanpak

 

Veterinair verantwoord produceren en een hoge gezondheidsstatus zijn dus absolute voorwaarden voor de Nederlandse varkenshouderij om in de toekomst de ‘license to produce’ te behouden. Daarom is het nu tijd voor actie.

 

Om te beginnen moet de Nederlandse varkenshouderij initiatieven nemen om te komen tot een landelijke definitie van hoge gezondheid. Dat betekent ook het benoemen van ziektekiemen waarvan bestrijding de hoogste prioriteit krijgt. Vanuit het oogpunt van volksgezondheid zijn vooral de zoönosen van belang, al vormen deze ziektekiemen in de praktijk niet de tijdbom die soms wordt geschetst. Toch is er een aantal ziektekiemen dat er vanuit het perspectief van volksgezondheid het meest uitspringt en dat de volle aandacht verdient: streptokokken, Salmonella en MRSA. Met het oog op dierenwelzijn, terugdringen van antibioticaresistentie en vanuit economisch oogpunt zijn PRRS, App en ook streptokokken het meest urgent. Het terugdringen van deze ziektekiemen vraagt om een landelijk plan van aanpak dat past bij de structuur en de organisatie van de Nederlandse varkenshouderij.

 

Het plan van aanpak moet:

 

  •  Praktisch haalbaar zijn
  •  Inventarisatie- en controlemogelijkheden bevatten voor het benoemen van een status van individuele bedrijven
  •  Maatschappelijke acceptabel zijn
  •  Financieel haalbaar zijn
  • Gedragen worden door de stakeholders

 

Rondom een hoge gezondheidsstatus op bedrijven bestaan nog veel vooroordelen, die niet zelden zijn gevormd op basis van een gebrek aan (vaak al bestaande) kennis. Er lopen al veel initiatieven, maar dat leidt nog niet tot voldoende bewustwording bij de varkenshouders en hun adviseurs. Het is daarom van het grootste belang deze kennisachterstand weg te werken, vooral door kennis te delen en kennis te ontwikkelen. Hiervoor is commitment nodig van alle bij de sector betrokken stakeholders. Wij zijn bereid onze kennis te delen met andere partijen. Wie volgt?

 

Cuijk, maart 2011

 

De namen van de ondertekenaars:

 

Marja van den Acker-Castricum , DAC - Zuidoost

Hetty van Beers- Schreurs Universitair Landbouwhuisdieren Praktijk Harmelen

Joan Biermann, DAC - Zuidoost

Gerrit van Bronsvoort, Dierenarts Ing

Sanne van Dieten, DGC De Slinge

Piet Dirven, Dk Leijdal Chaam

Frans van Dongen, DAC de Peelhorst

Marrit van Engen, FarmulaOne

Victor Geurts, Intervet- Schering Plough

Geertjan van Groenland, TOPIGS

Wouter van Herten, Dap Deurne

Jan Hilvering, DGC Zuid-Oost Drente

Manon Houben , PorQ

Rick Janssen, Veterinair Centrum Someren

Marten de Jong, Vet. Consult

Arno Joosten, Varkens KI Nederland

Bas Kolpa, De Oosthof

Piet van Lith , TPB Blumberg

Bertus Oving, Agrifirm Feed

Pieter Van Rengen, Dap Lintjeshof

René Pieters, Dap Ell

Chris Schouten DAC Aadal

Otto Schreurs, Dap IJsselsteyn (Lb)

Rita Schuttert- Wilps , Dk Hellendoorn-Nijverdal

Jack Segers , Dierenhospitaal Visdonk Roosendaal

Tijs Tobias, Faculteit Diergeneeskunde

Arie van Nes, Faculteit Diergeneeskunde

Cees Veldman, Dap Horst

John van de Wielen, DGC de Overlaet Oss

Louis Zijlmans, Dier N artsen Waalwijk

 

 

 

Oproep tot veterinair verantwoorde productie